WEEK 1 – online programma levensverhalen schrijven
WEEK 1 – Waarom en voor wie schrijf je?
Je begint aan een bijzonder project: een levensverhaal schrijven.
Dat klinkt misschien groot en dat is het ook. Je hoeft het niet in één keer te doen Of je nu je eigen levensverhaal of het verhaal van een ander schrijft, de stappen zijn hetzelfde.
Deze week draait om twee dingen:
Ontdekken wat jij precies wilt schrijven.
De drempel over gaan om daadwerkelijk te beginnen.
Je hoeft nog niets perfect te doen. Het belangrijkste is: in beweging komen.
Laat ik mezelf eerst even aan je voorstellen in een kort filmpje.
STAP 1 – Waarom en voor wie schrijf je?
Zit je al klaar om direct te gaan schrijven? Voordat je in het verhaal duikt, heb ik een opdracht die heel belangrijk is. Vraag jezelf af waarom je het levensverhaal wil schrijven en wie dat mogen lezen. Wil je voor jezelf schrijven, van je afschrijven? Dan kun je vrijuit je verhaal vertellen. Of wil je schrijven zodat anderen jouw verhaal kunnen lezen? Schrijf dan niet alleen over je nare ervaringen en pijn. Vertel je verhaal, jouw levensweg met alle bijzondere wendingen. Wissel de goede tijden en slechte tijden af. Laat jouw weg, jouw verhaal, ergens naar toe leiden. Wat is de boodschap die je jouw lezers wil meegeven. Zijn die lezers jouw broers en zussen of je kinderen? Dan weten ze wellicht al veel van de omgeving en setting van je verhaal. Schrijf je voor onbekenden, dan moet je misschien meer uitleggen over sommige familieverbanden of gewoontes.
OPDRACHT 1
Beantwoord voor jezelf de volgende vragen:
– Waarom wil ik een levensverhaal schrijven? – Voor wie schrijf ik dit verhaal? – Schrijf ik vooral voor mezelf, mijn familie of misschien voor een groter publiek?
DOSEREN
Voor een tijdschrift moest ik een verhaal over mijn leven schrijven. In mijn mail zit de feedback van de redactrice. Een beetje nerveus open ik het bericht. Wat vindt ze van mijn schrijfstijl? Valt mijn verhaal in de smaak?
“Je schrijft prachtig, maar het is te veel. Ik weet dat jij dit allemaal meegemaakt hebt, maar zoveel kunnen de lezeressen van het blad niet aan. Maak een keuze uit de gebeurtenissen. Schrijf desnoods een paar verschillende artikelen.”
Daar moest ik even over nadenken, want ik had het allemaal meegemaakt. Het was mijn leven. Ik ging met mijn verhaal aan de slag en haalde er een gebeurtenis uit en schreef het artikel. Ik kreeg er veel reacties op. In een volgend artikel schreef ik over een andere gebeurtenis. Nu werden de artikelen gelezen, anders was het waarschijnlijk halverwege in de papierbak beland.
SCHRIJFTIP
Het schrijven van je herinneringen kan emotioneel zijn. Zeker als je ervoor kiest om in de ik-vorm en in de tegenwoordige tijd te schrijven, dan zit je als het ware weer midden in de herinnering. Je bent de hoofdpersoon en het gebeurt nu. Dat kan bij ingrijpende gebeurtenissen een intense ervaring zijn. Een andere keuze is om jezelf los te koppelen van het verhaal en in de derde persoon te schrijven. Van een afstand je verhaal zien, kan een veilig gevoel geven. Je kunt ook spelen met de werkwoordsvormen, schrijf je in de tegenwoordige tijd, het nu of gebruik je de verleden tijd?
Probeer in elk geval te doseren in het beschrijven van heftige emoties. Neem af en toe afstand en lees je eigen verhaal terug. Overspoel je lezer niet met de ene na de andere emotie.
Een aantal voorbeelden:
Mijn vochtige handen veeg ik af aan mijn broek, Ik stap het gebouw binnen. Bibberend druk ik op het knopje van de schuifdeuren die zoemend opengaan.
Zijn vochtige handen veegt hij af aan zijn broek. Hij stapt het gebouw binnen. Bibberend drukt hij op het knopje van de schuifdeuren die zoemend opengaan.
Mijn vochtige handen veegde ik af aan mijn broek. Ik stapte het gebouw binnen. Bibberend drukte ik op het knopje van de schuifdeuren die zoemend opengingen.
Haar vochtige handen veegde ze af aan haar broek. Ze stapte het gebouw binnen. Bibberend drukte ze op het knopje van de schuifdeuren die zoemend opengingen.
Opdracht 2
Oefen eens met de verschillende mogelijkheden en vormen. Maak een paar zinnen of een korte alinea en schrijf dat eens op zoals in de voorbeelden. Wat voelt prettig voor jou, wat past het best bij jouw verhaal?
Zie je de verschillen? Alle vormen zijn goed, de impact is anders.
JOUW BOODSCHAP
Wat wil je de lezer van je verhaal meegeven? Heb je veel meegemaakt en wil je delen wat jij daarvan geleerd hebt? Wil je laten zien hoe jij in moeilijke omstandigheden toch overeind bent gebleven? Kortom, wil jij andere inspireren, motiveren? Of wil je een tijdsbeeld, de geschiedenis, het verhaal van jouw leven nalaten als document? Als nalatenschap. Er hoeft niet altijd een les of boodschap in te zitten natuurlijk.
Sommige mensen willen een autobiografie lezen om iets op te steken, anderen omdat ze geïnteresseerd zijn in het leven van een ander. Uiteindelijk wil iedereen iets lezen dat hem of haar raakt. Het mooiste is als de lezer in jouw wereld terechtkomt. Jouw verhaal is van jou en alleen jij kunt het op jouw manier vertellen.
Opdracht 3
Bedenk welke boodschap je wil overbrengen. Wat wil je meegeven als les, als inspiratie? Schrijf dat op. Dan heb je de kern van je verhaal al te pakken.
SCHRIJFBEWEGING
Schrijven is beweging, beweging in je hoofd, beweging van je handen over het toetsenbord en met een pen over het papier. Beweging zorgt ook dat je kunt schrijven, dat er ruimte in je hoofd komt. De dagelijkse sores er even uit, de herinneringen en creativiteit erin.
Letterlijk in beweging komen. Ik noem dat schrijfbeweging. Elke dag ga ik voor het schrijven ongeveer een halfuurtje wandelen. De eerste tien minuten razen de lijstjes van dingen die ik nog moet doen, door mijn hoofd. Maak ik me zorgen over iedereen en van alles. Maar na een tijdje waaien die gedachten weg.
Dan merk ik de cadans van mijn voetstappen, hoor de geluiden van buiten, voel de wind en soms zelfs de regendruppels op mijn gezicht. Ik snuif de geuren op en verwonder me over alles wat ik zie. Speelt mijn verhaal zich af in een bos, dan probeer ik op de bomen te letten, op het geluid van het ritselen van de blaadjes, het licht dat door het bladerdak heen priemt. Heel simpel en makkelijk. Beweeg en geef je schrijfgedachten de ruimte. Gebruik al je zintuigen en laat het maar gebeuren.
Opdracht 4
Ga naar buiten en luister, voel, kijk, ruik en denk niet te veel na. Maak wat foto’s van wat je opvalt als je dat wilt. Dus, ga naar buiten. Fiets, wandel, roei, wat dan ook. Gun jezelf die tijd. Kom in schrijfbeweging.
Zo, de eerste stap zit erop
Veel informatie meteen de eerste week. Een levensverhaal schrijven is prachtig, raffel het daarom niet af. Geef het de tijd, geef jezelf de tijd.
Volgende week krijg je weer veel informatie en opdrachten. Dan gaan we naar Stap 2 – Onderwerp, tijdlijn en thema.